Consumptie groeit licht in juli

Consumenten hebben in juli 0,5 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in juli 2013, blijkt uit cijfers van het CBS. In mei en juni lagen de bestedingen ongeveer op hetzelfde niveau als een jaar eerder. De stabilisatie en de lichte groei volgen op bijna drie jaar van vrijwel onafgebroken krimp. De consumptiecijfers zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen en veranderingen in de samenstelling van de koopdagen.

Binnenlandse consumptie door huishoudens (koopdaggecorrigeerd volume)

Vooral meer uitgegeven aan voeding en diensten

Consumenten gaven in juli 1,1 procent meer uit aan voedings- en genotmiddelen dan een jaar eerder. Er werd ook meer besteed aan duurzame goederen, zoals kleding, schoenen, meubels en auto’s (0,6 procent). De bestedingen aan overige goederen, waaronder gas, waren 3,5 procent lager dan in juli 2013. Aan diensten ten slotte gaven consumenten 1,1 procent meer uit.

De bestedingen aan diensten leverden met 0,6 procentpunt ook de grootste bijdrage aan de consumptiegroei van 0,5 procent in juli. Ruim de helft van de binnenlandse consumptieve bestedingen heeft betrekking op uitgaven aan diensten. Het gaat onder meer om het betalen van de huur, reizen met bus of trein, bezoek aan restaurant of kapper, en kosten voor telefoon en verzekeringen. Ook de hogere bestedingen aan voeding en duurzame goederen droegen positief bij. De afname van de bestedingen aan overige goederen remde de consumptiegroei met 0,4 procentpunt.

Opbouw consumptiegroei (koopdaggecorrigeerd volume), juli 2014

Omstandigheden voor consumptie iets ongunstiger

De omstandigheden voor de consumptie door Nederlandse huishoudens zijn in september per saldo wat verslechterd. De ontwikkeling van de beurskoersen was duidelijk minder gunstig dan een maand eerder. Ook waren ondernemers in de industrie somberder over hun toekomstige personeelssterkte, zo blijkt uit de Consumptieradar van september 2014. Er zijn ook verbeteringen. Consumenten waren minder negatief over de toekomstige werkloosheid en de krimp van de beroepsbevolking ten opzichte van een jaar eerder is kleiner dan vorige maand.